Aan het gebruik van Persoonlijke Beschermingsmaterialen (PBM) worden door de wetgever specifieke eisen gesteld. Deze eisen zijn omschreven in het Arbobesluit Artikel 7 en 8 en in de Warenwet.

De Europese richtlijn 89/686/EEC benoemd PBM als alle apparaten of toestellen die gemaakt zijn om te dragen of vast te houden door een individu om hem te beschermen tegen één of meerdere gevaren voor de gezondheid.

Er bestaan drie klassen PBM:

  1. weinig risico voor de gezondheid (handschoenen)
  2. minimum risico voor de gezondheid (veiligheidsbril)
  3. hoog risico voor de gezondheid (klimmaterialen)

Het merendeel van de uitrusting die we gebruiken voor veilig werken op hoogte en rope access behoort toe aan klasse 3.

Materialen van de derde categorie moeten voordat ze in roulatie worden gebracht:

  • een type keuring te ondergaan die verwijst naar de Europese richtlijn 89/686/EEC en de relevante Europese Norm (CE certificering, conformiteitattest van een erkend keuringsorgaan);
  • voorzien te zijn van technische -en gebruiksinstructies in een voor de gebruiker begrijpelijke taal;
  • voorzien te zijn van een CE merkteken met het nummer van de aangewezen keuringsinstantie op het product
  • worden geproduceerd onder een Europees erkend kwaliteitsborgsysteem (ISO)

Verder worden de volgende eisen gesteld:

  • Gebruikers van PBMs moeten aantoonbaar competent zijn in het gebruik van de middelen en systemen (89/656/EEC-Art. 4.8: opleiding is verplicht, met nadruk op redding (BHV-eis).
  • Er moet een RIE/TRA en noodplan zijn opgesteld. Daarbij moet gekeken worden naar de juiste keuze van de specifieke PBM gelet op veiligheid, ergonomie en inzetbaarheid.
  • Er moet deskundig toezicht zijn op het juist gebruik van PBM.
  • PBM moeten traceerbaar zijn. Er moet een doelmatige PBM registratie worden opgezet.
  • Producten moeten jaarlijks gekeurd worden door een door de fabrikant geauthoriseerd en competent persoon (dit is meestal de leverancier).

Controles en inspecties

Algemeen

Alle uitrusting voor werken op hoogte (PBM Cat.3) is onderhevig aan een strikt inspectie regime. We onderscheiden de zogenaamde controle voor ieder gebruik en de grondige inspectie.

Controle voor ieder gebruik (pre-use check)

Elke gebruiker dient voorafgaand aan het gebruik van de uitrusting een zogenaamde pre-use check uit te voeren (controle voor gebruik). Een pre-use check bestaat uit een visuele controle van het artikel en een functionele test. Doel is vast stellen of het artikel in goede staat van dienst verkeert (“fit for purpose”). Pre-use checks worden niet geregistreerd.

Grondige inspectie (thorough inspection)

Alle rope access uitrusting wordt tenminste elk jaar (IRATA: elk half jaar; uitgevoerd door een Level 3) grondig geïnspecteerd aan de hand van specifieke inspectie criteria. De persoon die deze inspectie uitvoert moet aantoonbaar competent zijn in het uitvoeren van deze taak. Tenminste een keer per jaar moet dit, conform Nederlandse wetgeving, gebeuren door een door de fabrikant geautoriseerd competent persoon (tenzij de fabrikant een frequenter inspectieregime voorschrijft).

Alle inspecties worden geregistreerd en opgenomen in de PBM administratie. Er dient altijd een kopie van de volledige PBM administratie on-site aanwezig te zijn zodat kan worden aangetoond dat alle individuele artikelen geïnspecteerd zijn (incl. vervaldatum). Tijdens operationele werkzaamheden en trainingen mag alleen gewerkt worden met “goed gekeurde” uitrusting, waarvan de keuringsdatum niet verlopen is.

Alle producten die afwijkingen vertonen worden uit roulatie genomen en gerepareerd of vernietigd.