Fysieke noodzaak en wettelijke eis!

Door gebruik van de juiste persoonlijke beschermingsmaterialen in combinatie met een gedegen praktijkopleiding is het werken op hoogte de laatste jaren aanzienlijk veiliger geworden. Bij een val wordt de werknemer door middel van een valbeveiligingssysteem tegen gehouden en worden de krachten op een juiste wijze, gedeeltelijk geabsorbeerd, op het lichaam overgedragen.

Maar wat als de werknemer na een val in zijn gordel hangt? In de praktijk blijken de krachten die optreden tijdens een val nog altijd erg hoog op te lopen. Het komt daarbij veelvuldig voor dat het slachtoffer zichzelf niet uit zijn benarde positie kan bevrijden. Een hangend slachtoffer moet zo snel mogelijk geborgen worden. Kijk eens naar de foto hiernaast… het slachtoffer heeft een ernstig bedreigde ademweg doordat zijn tong de luchtweg blokkeert. Onderzoek heeft bovendien aangetoond dat bij een slachtoffer dat bewegingsloos in zijn/haar gordel hangt al na 15 minuten een orthostatische syncope kan optreden. Het slachtoffer raakt snel bewusteloos en er kan een levensbedreigende situatie ontstaan. Het op een juiste manier redden is dan ook van essentieel belang.

Bedrijfshulpverlening?

De werkgever is verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandigheden voor haar werknemers, zodat er geen nadelige invloed is op hun veiligheid, gezondheid en welzijn.

Als aan alle veiligheidseisen is voldaan kan er altijd nog iets mis gaan. We noemen dit het restrisico en dit moet maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Het restrisico vormt de uitgangspositie voor een (bedrijfs-)noodplan. Eisen hieromtrent zijn omschreven in artikel 15 van de Arbowet en ze omvat de volgende aandachtsgebieden:

  • Evacueren van slachtoffer uit gevaarlijke zone, c.q. binnen bereik van professionele hulpverlening (indien relevant noodontvluchting)
  • Verlenen van eerstehulp (met specifieke risico’s)
  • Ontruiming en bestrijding van beginnende brand (afhankelijk van de omstandigheden wellicht minder relevant indien men op locatie werkt, maar dus wel voor de dakdekker).
  • Alarmeren

BHV Op Hoogte? Ik bel de brandweer wel!

Het is altijd verstandig om als eerste de professionele hulpverleningsinstanties te waarschuwen. Maar het bellen van 112 volstaat niet als noodplan. Het ontslaat u als werkgever echter niet van de verplichting om het slachtoffer -binnen een bepaalde redelijkheid- snel binnen het bereik van professionele hulpverleners te brengen. Bedenkt u zich dat er op dit moment nog slechts een handje vol regio’s zijn die beschikking hebben over een hoogtereddingsteam. Een standaard bemanning van een brandweervoertuig is niet opgeleid en uitgerust om redding op hoogte te verlenen. De aanrijtijd van een specialistisch team is veelal (te) lang. De mogelijkheden van de hoogwerker en ladder zijn beperkt. Anders had u uw werkzaamheden waarschijnlijk op basis van de arbeidshygienische strategie verricht vanuit een collectief middel. Tijdens het wachten op de juiste hulp gaat kostbare tijd verloren!

Volgens de arbowet is de werkgever verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandigheden voor zijn werknemers, zodat er geen nadelige invloed is op hun veiligheid, gezondheid en welzijn. Sinds 1994 is het Besluit Bedrijfshulpverlening van kracht. Dit besluit verplicht de werkgever de bedrijfs-hulpverlening te organiseren.

Eind 1999 is de Arbowet ingrijpend herzien. De uitwerking van de wettelijke voorschriften, onder meer op het gebied van bedrijfshulpverlening, is nu opgenomen in het Arbobesluit en de Arbobeleidsregels. Op grond hiervan dient een werkgever, afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf of het aantal bezoekers, één of meer werknemers aan te wijzen als bedrijfshulpverleners (BHV-ers). Deze werknemers hebben de taak om in een situatie van gevaar voor de veiligheid of gezondheid maatregelen te nemen die de schade zoveel mogelijk beperken. De werkgever is en blijft verantwoordelijk voor de bedrijfshulpverlening en de veiligheid in het bedrijf.

Met invoering van de nieuwe Arbowet in 2007 zijn met name de zogenaamde maatgevende factoren van belang geworden. Het is van belang dat de hulpverleners getraind worden op basis van de specifiek aanwezige risico’s binnen de organisatie. Deze specifieke risico’s worden zichtbaar door het uitvoeren van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (afgekort RI&E of RIE).

Mensen die werken in en nabij wind turbines kunnen in situaties komen die hun veiligheid en gezondheid in gevaar kunnen brengen. In deze Arbo catalogus vindt u de afspraken die werknemers en werkgevers hebben gemaakt om de risico’s tot een minimum te beperken. Per risico staat beschreven wat u zelf moet doen om veilig te werken en wat u van uw werkgever mag verwachten. In de Arbo catalogus zijn zowel on-shore als offshore werkzaamheden opgenomen.

Een directe link naar de catalogus: http://windenergiebedrijven.dearbocatalogus.nl/

Rope Access is een vorm van werkpositionering waarbij het gewicht van de klimmer hoofdzakelijk door zijn/haar uitrusting wordt gedragen. Er wordt, conform EU richtlijnen (minimum requirements 2001/45/EG), gewerkt met een volledig redundant systeem. Als een uitrustingstuk of ankerpunt faalt, biedt het tweede (backup) systeem extra veiligheidsreserve. Het valt dus niet meer onder de “standaard oplossingen” als werkplaatsbeperking, valbeveiliging en werkpositionering.

In eerste instantie is Rope Access ontwikkeld vanuit technieken die gebruikt worden binnen de bergsport en speleogie; touwtechnische oplossingen die het mogelijk maken allerlei moeilijk bereikbare plaatsen op een veilige en makkelijke manier toegankelijk te maken. Soms wordt ten onrechte gesuggereerd dat Rope Access technici alpinisten zijn. In de loop der jaren is Rope Access internationaal uitgegroeid tot een serieus specialisme voor vakmensen en zijn deze technieken verfijnd en aangepast aan de strenge eisen zoals die gelden binnen de internationale en nationale Arbo-wetgeving.

Statistieken wijzen uit dat Rope Access veiliger is dan het werken met collectieve maatregelen (steigers, liften, vangnetten etc.). Voorwaarde is echter wel dat strenge veiligheidsrichtlijnen worden gehanteerd (bijvoorbeeld IRATA) en dat alle methoden en technieken tot in perfectie worden beheerst. Ook aan reddingstechnieken moet de nodige aandacht zijn besteed.

IRATA! Industrial Rope Access Trading Association.

In Nederland en België zijn Rope Access technieken relatief nieuw. In het buitenland bestaat echter al langere tijd een traditie op dit gebied. Zo werkt men in Groot Brittanië al ruim 20 jaar met deze technieken en heeft men een uitgekiend opleidings, registratie- en kwaliteitssysteem ontwikkeld onder de naam IRATA. De IRATA-richtlijnen, die zijn ontwikkeld in samenwerking met de Britse arbeidsinspectie (HSE), worden inmiddels over de gehele wereld gezien als dé norm voor het gebruik van Rope Access technieken.

Statistieken wijzen uit dat binnen de petrochemische industrie de Rope Access technici (die binnen deze sector al verplicht werken volgens deze richtlijnen) het laagste risico lopen van alle werknemers!

LET OP!

Bent u op zoek naar een betrouwbare Rope Access aannemer? Wij adviseren met klem uitsluitend gebruik te maken van bedrijven die werken volgens deze strenge internationale richtlijnen! Hanteren van IRATA richtlijnen inpliceert dat er altijd een Level 3 supervisor op de werkplek aanwezig is. Dat is een technicus die een aantal lange intensieve opleidingen heeft afgesloten heeft kan bogen op een jarenlange ervaring (zie ook het IRATA opleidingsschema). Jammer genoeg worden wij in de branche steeds vaker geconfronteerd met bedrijven die onterecht pretenderen IRATA-richtlijnen te hanteren. U kunt IRATA aannemers herkennen aan het IRATA Logo (zie hierboven) met daar onder het lidmaatschapsnummer (bijv. MEMBER 5006/OT).

Waar kan Rope Access worden toegepast?

Rope Access technieken kunnen en mogen worden toegepast in alle situaties waar incidentele kortdurende werkzaamheden worden uitgevoerd in gevallen waarbij:

  • Collectieve maatregelen niet mogelijk zijn (steiger, hangbrug, lift)
  • De kosten van collectieve maatregelen niet in verhouding staan tot de uit te voeren werkzaamheden (economisch niet haalbaar)
  • Het gevaar dat het opbouwen van collectieve maatregelen oplevert niet in verhouding staat tot de uit te voeren werkzaamheden

Constructie – Montage

  • Onderhoud en installatie van bekabeling op masten, telecommunicatie systemen, bliksembeveiliging, etc.
  • Het plaatsen en verwijderen van reclamedragers
  • Het takelen, monteren en onderhouden van installaties en constructies
  • Het verwijderen c.q. slopen van instabiele structuren
  • Het uitvoeren van laswerken op ontoegankelijke plaatsen; ook op grote hoogte

Besloten Ruimtes

  • Veilige toegang van opslagtank, silo, pijp of put
  • Redding
  • Al dan niet met adembescherming

Inspecties – Reiniging – Restauratie

  • Inspecteren, onderhouden van bruggen, gebouwen, masten, damwanden, rotorbladen, etc.
  • De inspectie kan op verschillende manieren gebeuren : visuele controle, digitale controle (nemen van beelden), sondering, etc.

Wat zijn de voordelen?

  • Snelle installatie en ontmanteling.
  • Bereikbaarheid of productie wordt slechts korte tijd onderbroken
  • Een aanspreekpunt voor de totale werkzaamheden: technici voeren de klus uit maar zijn tevens verantwoordelijk voor het installeren van alle veiligheidsmaatregelen

Rope Access vormt een praktische, veilige, ergonomische en eenvoudige oplossingen die een enorme hoeveelheid geld, tijd en energie kunnen besparen!

Aan het gebruik van Persoonlijke Beschermingsmaterialen (PBM) worden door de wetgever specifieke eisen gesteld. Deze eisen zijn omschreven in het Arbobesluit Artikel 7 en 8 en in de Warenwet.

De Europese richtlijn 89/686/EEC benoemd PBM als alle apparaten of toestellen die gemaakt zijn om te dragen of vast te houden door een individu om hem te beschermen tegen één of meerdere gevaren voor de gezondheid.

Er bestaan drie klassen PBM:

  1. weinig risico voor de gezondheid (handschoenen)
  2. minimum risico voor de gezondheid (veiligheidsbril)
  3. hoog risico voor de gezondheid (klimmaterialen)

Het merendeel van de uitrusting die we gebruiken voor veilig werken op hoogte en rope access behoort toe aan klasse 3.

Materialen van de derde categorie moeten voordat ze in roulatie worden gebracht:

  • een type keuring te ondergaan die verwijst naar de Europese richtlijn 89/686/EEC en de relevante Europese Norm (CE certificering, conformiteitattest van een erkend keuringsorgaan);
  • voorzien te zijn van technische -en gebruiksinstructies in een voor de gebruiker begrijpelijke taal;
  • voorzien te zijn van een CE merkteken met het nummer van de aangewezen keuringsinstantie op het product
  • worden geproduceerd onder een Europees erkend kwaliteitsborgsysteem (ISO)

Verder worden de volgende eisen gesteld:

  • Gebruikers van PBMs moeten aantoonbaar competent zijn in het gebruik van de middelen en systemen (89/656/EEC-Art. 4.8: opleiding is verplicht, met nadruk op redding (BHV-eis).
  • Er moet een RIE/TRA en noodplan zijn opgesteld. Daarbij moet gekeken worden naar de juiste keuze van de specifieke PBM gelet op veiligheid, ergonomie en inzetbaarheid.
  • Er moet deskundig toezicht zijn op het juist gebruik van PBM.
  • PBM moeten traceerbaar zijn. Er moet een doelmatige PBM registratie worden opgezet.
  • Producten moeten jaarlijks gekeurd worden door een door de fabrikant geauthoriseerd en competent persoon (dit is meestal de leverancier).

Controles en inspecties

Algemeen

Alle uitrusting voor werken op hoogte (PBM Cat.3) is onderhevig aan een strikt inspectie regime. We onderscheiden de zogenaamde controle voor ieder gebruik en de grondige inspectie.

Controle voor ieder gebruik (pre-use check)

Elke gebruiker dient voorafgaand aan het gebruik van de uitrusting een zogenaamde pre-use check uit te voeren (controle voor gebruik). Een pre-use check bestaat uit een visuele controle van het artikel en een functionele test. Doel is vast stellen of het artikel in goede staat van dienst verkeert (“fit for purpose”). Pre-use checks worden niet geregistreerd.

Grondige inspectie (thorough inspection)

Alle rope access uitrusting wordt tenminste elk jaar (IRATA: elk half jaar; uitgevoerd door een Level 3) grondig geïnspecteerd aan de hand van specifieke inspectie criteria. De persoon die deze inspectie uitvoert moet aantoonbaar competent zijn in het uitvoeren van deze taak. Tenminste een keer per jaar moet dit, conform Nederlandse wetgeving, gebeuren door een door de fabrikant geautoriseerd competent persoon (tenzij de fabrikant een frequenter inspectieregime voorschrijft).

Alle inspecties worden geregistreerd en opgenomen in de PBM administratie. Er dient altijd een kopie van de volledige PBM administratie on-site aanwezig te zijn zodat kan worden aangetoond dat alle individuele artikelen geïnspecteerd zijn (incl. vervaldatum). Tijdens operationele werkzaamheden en trainingen mag alleen gewerkt worden met “goed gekeurde” uitrusting, waarvan de keuringsdatum niet verlopen is.

Alle producten die afwijkingen vertonen worden uit roulatie genomen en gerepareerd of vernietigd.

Wet en Regelgeving

Werken op hoogte vormt de grootste doodsoorzaak op het werk en het heeft dan ook de volle aandacht van de wetgever. Handhaving neemt steeds strengere vormen aan. Overtredingen vormen een strafbaar feit (strafrecht volgens de Wet Economische Delicten). De werkgever heeft een zorgplicht. Die heeft betrekking op werknemers, maar ook op derden (bezoekers, voorbijgangers, etc.). Daarnaast kan de werkgever bij ongevallen aansprakelijk worden gesteld volgens civielrecht. Bedenk u als bestuurder dat u ook persoonlijk aansprakelijk en strafbaar kan worden gesteld! Voorbeelden zijn legio.

Arbeidsbeschermende wet- en regelgeving, zeker met betrekking tot het werken op hoogte, is dus een serieuze zaak.

Arbowet

Het algemeen wettelijk kader met betrekking tot arbeidsomstandigheden is vast gelegd in de Arbeidsomstandighedenwet; kortweg Arbowet. Deze wet is van toepassing op alle bedrijven, organisaties en instellingen die in gezagsverhouding personeel laten werken.

Passende arbeidsomstandigheden zijn belangrijke voorwaarden voor gezond en veilig werken. Medewerkers moeten hun werk kunnen doen zonder lichamelijke of geestelijke problemen op te lopen. De Arbowet geeft richting aan beleid en arbeidsomstandigheden die daaraan voldoen. Werkgever en werknemer zijn beiden verantwoordelijk voor die gezonde en veilige werkplek. De werkgever moet zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Van de werknemer wordt verwacht dat hij meewerkt aan het op een veilige manier benutten van deze omstandigheden en op een veilige manier zijn werkzaamheden verricht.

De Arbowet vormt de basis van de arbowetgeving. Hierin staan de algemene bepalingen die gelden voor alle plekken waar arbeid wordt verricht (dus ook voor verenigingen en stichtingen). De Arbowet is een kaderwet. Dat betekent dat er geen concrete regels in staan. Die zijn verder uitgewerkt in het

Arbobesluit en de Arboregeling

In de Arbowet zijn de verplichtingen voor de werkgever, maar ook de verplichtingen voor de werknemer opgenomen.

Arbobesluit

In het Arbeidsomstandighedenbesluit; kortweg Arbobesluit, staan concrete regels ingedeeld naar onderwerp (bijvoorbeeld het gebruik van Persoonlijke Beschermingsmiddelen; Artikel 7 en 8). Vaak zijn het vertalingen van Europese richtlijnen (EU Guidelines).

Hierin staan de regels waar zowel werkgever als werknemer zich aan moeten houden om arbeidsrisico’s tegen te gaan. Deze regels zijn verplicht.

Arboregeling

De Arboregeling is weer een verdere uitwerking van het Arbobesluit. Het gaat hierbij om concrete voorschriften: bijvoorbeeld de taken van de deskundigen, het opstellen van de Risico Inventarisatie en Evaluatie en eisen en voorschriften met betrekking tot beeldschermwerk. Hieruit zijn de beleidsregels uit voort gekomen. Deze zijn vervallen en vervangen door branche specifieke arbocatalogi.

Overige wetgeving

Arbeidsomstandigheden kunnen ook op andere plekken geregeld zijn dan in de Arbowet. Zo zijn er voor werknemers met een CAO vaak specifieke afspraken gemaakt voor hun branche, bijvoorbeeld over werktijden en ziekteregelingen. Afspraken per branche en sector zijn ook gemaakt in verschillende arboconvenanten die in de afgelopen jaren zijn opgesteld. Deze vormden de basis voor de arbocatalogi die er nu liggen. Daarnaast zijn er sociale verzekeringen voor werknemers die om uiteenlopende redenen geen loon meer ontvangen, zoals de ziektewet, de WIA en de Wet Arbeid en Zorg.

Arbocatalogus

Sinds 2007 is de Arbowet vereenvoudigd. Dat betekent dat er doelvoorschriften zijn gesteld waarvan werkgevers en werknemers zelf mogen bepalen hoe ze er aan voldoen. Deze maatregelen kunnen worden vastgelegd in een arbocatalogus. Een arbocatalogus kan op branche- of bedrijfsniveau gemaakt worden. De catalogus beschrijft technieken en manieren, goede praktijken, normen en praktische handleidingen voor veilig en gezond werken.

In een arbocatalogus beschrijven werkgevers en werknemers op eigen initiatief hoe ze zullen voldoen aan doelvoorschriften van de overheid voor veilig en gezond werken. Een doelvoorschrift is een norm in de wet waaraan bedrijven zich moeten houden. Bijvoorbeeld het maximale geluidsniveau.

Ook hier geldt dat men in de praktijk mag afwijken mits een zelfde beschermingsniveau is gegarandeerd ten opzichte van hetgeen in de catalogus is afgesproken.

Een aantal relevante regels:

Arbeidshygienische strategie: Arbowet artikel 3b

De werkgever heeft als plicht de risico’s welke gepaard gaan met de werkzaam-heden, te minimaliseren of liever volledig te elimineren.

Dit moet altijd gebeuren volgens onderstaande volgorde van prioriteit:

  • Bestrijding bij de bron;
  • Maatregelen gericht op collectieve bescherming;
  • Maatregelen gericht op individuele bescherming;
  • Ter beschikking stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM).

We noemen dit de Arbeidshygiënische Strategie en het vormt de basis van het risicomanagement.

Deze regel geeft aan dat, voordat er met gordels gewerkt wordt, eerst vast moet staan dat andere maatregelen ontoereikend of onmogelijk zijn.

Risico Inventarisatie en Evaluatie; Arbowet artikel 5

De Arbowet verplicht iedere werkgever een inventarisatie te maken van alle risico’s die horen bij de werkzaamheden en deze risico’s te evalueren; de zogenaamde Risico Inventarisatie & Evaluatie, afgekort RIE. Bij de inventarisatie worden de risico’s in kaart gebracht. De evaluatie is gericht op het wegen van de risico’s naar omvang, frequentie en effecten. De RIE wordt zo vaak bijgesteld als ervaringen, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden daartoe aanleiding geven.

De RIE moet leiden tot een “Plan van Aanpak”, waarin is aangegeven met welke maatregelen het bedrijf de gesignaleerde risico’s wil minimaliseren en bij voorkeur zal elimineren. Het Plan van Aanpak moet stroken met de eerder genoemde Arbeidshygiënische strategie.

Naast een algemene (bedrijfs-) RIE dient er altijd een plaatsgebonden RIE en Plan van aanpak uitgewerkt te worden. Daarvoor worden verschillende systemen gebruikt. Veel bedrijven stellen vaste procedures op (ISO/IRATA) en maken on-site een Taak Risico Analyse (TRA), Plan van Aanpak en een Noodplan.

Als er alles aan gedaan is om de veiligheid van de werknemer te garanderen kan er altijd nog iets mis gaan. Het rest risico moet maatschappelijk aanvaardbaar zijn en vormt het vertrekpunt voor het inrichten van de Bedrijfshulpverlening en het opstellen van een noodplan.

Verantwoordelijkheden werkgever: Arbowet Artikel 8

Werknemers moeten aantoonbaar competent zijn in de uit te voeren werkzaamheden (zie ook EU Richtlijn 89/656/EEC). De geëigende weg naar competentie is opleiding en de enige manier om dat (achteraf) aan te tonen is certificatie. De werkgever is verplicht te voorzien in voorlichting en onderricht welke is gericht op het herkennen van gevaren, het nemen van maatregelen en het gebruik van PBM. In het bijzonder moet ook aandacht worden besteed aan redding.

Zie ook hoofdstuk 4; eisen voor het gebruik van PBM welke voortvloeien uit Arbobesluit Artikel 7 en 8.

Daarnaast moet de werkgever voorzien in deskundig toezicht op de werkvloer (toepassen van voorschriften en gebruik van PBM).

Verantwoordelijkheden werknemer: Arbowet artikel 11

Dit artikel stelt dat ook de werknemer een zorgplicht heeft betreffende zijn eigen veiligheid en die van derden.

Bedrijfshulpverlening (BHV) en Bedrijfsnoodplan: Arbowet Artikel 15

Het rest risico vormt het vertrekpunt van het bedrijfsnoodplan. Werknemers die werken op hoogte moeten met het oog op de maatgevende factoren (moeilijk bereikbaar voor hulpdiensten) zelf in staat zijn adequate hulp kunnen verlenen. Werknemers dienen te beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting dat zij de volgende taken naar behoren kunnen vervullen:

  • Het uitvoeren van een extractie en/of evacuatie (redden van een collega, noodontvluchting);
  • Het uitvoeren van adequate eerste hulp (minimaal BLS);
  • Het bestrijden van een beginnende brand (zie RIE; in veel gevallen volstaat een blusinstructie).

Voorzieningen voor valgevaar: Arbobeleidsregel 3.16

Deze regel omschrijft onder andere dat bij een valgevaar van meer als 2,5 meter voorzieningen voor valgevaar moeten worden toegepast. Tenzij natuurlijk uit de RIE blijkt dat de omstandigheden bij een lagere hoogte al gevaarlijk zijn (werken boven water bijvoorbeeld). Bij de keuze in voorzieningen moet de Arbeidshygiënische strategie worden gehanteerd.